Imágenes de páginas
PDF
EPUB
[merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][ocr errors]

Bij schrijven van 24 Januarij 1862 bood de heer Mr. J. A.

VAN DER CHIJS te Batavia aan het Instituut aan,

de uit

gave van zijn werk: Neêrlands streven tot openstelling van Japan voor den wereldhandel, op zich te nemen, en wel liefst in de Fransche taal. In de Bestuursvergadering van 10 Mei 1862 werd dat schrijven ter tafel gebragt. Er werd besloten het manuscript, dat zich bij het Departement van Koloniën bevond, ter lezing te vragen en te stellen in handen van de heeren Hoffmann en BLEEKER , tot het doen van een voorstel daaromtrent.

Dit had plaats op den goten November daaropvolgende. Op voorstel van genoemde heeren besloot toen het Bestuur, het

werk, dat gebleken was veel verdienste te bezitten en te strek

ken om de eer van Nederland tegenover het buitenland en vooral

tegenover Japan te handhaven, van wege het Instituut uit te

geven in het Nederduitsch, met voorbehoud van het regt van vertaling. Maar velerlei onderhandelingen omtrent de uitgave waren oorzaak dat eerst in de Bestuursvergadering van 25 April 1863 het besluit genomen kon worden het werk ter

perse te leggen. Verschillende omstandigheden hebben de uitgave aanmerkelijk vertraagd. In de eerste plaats het beding

van den schrijver om het werk niet uit te geven, vóór dat hij al de gedrukte vellen ontvangen en eene lijst van errata overgezonden zou hebben, uithoofde van den grooten afstand

is daarmede veel tijd verloopen. Vervolgens de aftreding van

den voormaligen Secretaris des Instituuts, die de taak op zich

had genomen

om in het bijzonder zich met de uitgaaf te

belasten. Eindelijk de zeer ongunstige tijd voor een werk van wetenschappelijken aard , als gevolg der verwikkelingen in Europa, die bijna uitsluitend de aandacht van het publiek bezig hielden en den uitgever de raadzaamheid, door het Instituut beaamd, deden opperen om het verschijnen van dit werk tot het najaar

uit te stellen.

Inmiddels had de geschiedenis onzer betrekkingen met Japan

haren loop vervolgd en het Bestuur des Instituuts meende het

tijdstip, waarmede de heer van DER CHIJs zijn werk besluit,

met een kort overzigt der verdere gebeurtenissen te moeten

aanvullen.

XIII

Met dat oogmerk is een aanhangsel, uit officieele bescheiden

zamengesteld, aan dit werk toegevoegd.

Het doel des schrijvers om Nederlands verdiensten in een

helder daglicht te stellen, zal ongetwijfeld door zijn belangrijk geschrift worden bereikt, vooral nu vreemdelingen, die vaak

de bedoelingen der Nederlandsche regering miskend hebben,

daarop eene lofrede houden.

De Engelsche ambassadeur en plenipotentiaris in Japan er. kent in zijn werk: „The capital of the Tycoon; a narrative of a three year's residence in Japan,” in 1863 verschenen, hoe de

Nederlanders het Japansch Gouvernement voorbereidden op

noodzakelijke veranderingen en volle aanspraak hebben op de erkentelijkheid der overige Europesche natiën voor de onbekrom

pene en belangelooze wijze, waarop de toelating van vreemde.

lingen in Japan en de noodzakelijkheid voor het Japansch Be.

stuur, om zijn stelsel van uitsluiting te verlaten, door de Ne.

derlandsche Regering zijn bepleit geworden, die daartoe al haren invloed in de schaal legde, om, zonder tot den oorlog de toe. vlugt te nemen, ook voor andere mogendheden de slagboomen in Japan te doen ontsluiten.

Niet minder streelend is de getuigenis van Fransche zijde:

Toutes les nations du globe doivent rendre hommage à la po.

[ocr errors]

litique noble et désintéressée qu'a suivie la Hollande dans ses

relations avec le Japon.

Rien ne fait mieux ressortir cette généreuse attitude que le

passage suivant, emprunté au même rapport. 1)

„Nous avons toujours en vue l'ouverture des ports Japon

nais dans l'intérét du commerce universel. En suivant une ligne

de conduite si désintéressée, les Pays-Bas n'ont cherché à ob

tenir aucune faveur spéciale. Ils n'ont réclamé qu'une assimi. lation aux autres nations, lorsque celles-ci auraient obtenu des

concessions."

L'exemple est digne d'être enregistré.” 2)

's H AGE,

De Secretaris
J. MILLARD.

December 1866.

“) Namelijk een rapport aan den Koning door den minister van koloniën, dat door den Franschen schrijver aangehaald worát. Het was Koning Willem II, die reeds tot staatkundig gedragslijn jegens Japan aangenomen had te trachten dat rijk voor Europa open te stellen.

9) Moniteur de la Flotte van den 4den Februarij 1858.

[ocr errors][merged small]

Wanneer twee volken in vrede en vriendschap met elkaâr in aanraking komen, dan zijn zij gewoon hunne verhouding in een of meer tractaten te omschrijven, welke door beide partijen worden bekrachtigd. Deze gewoonte bestaat ook tusschen Europesche en Aziatische volken, zoolang als hun verkeer heeft plaats gehad. Japan echter, het in zoo vele opzigten zonderlinge land, maakt ook op dezen regel eene uitzondering, want tot voor korten tijd had dit rijk met geen volk, zelfs niet met de zoo zeer begunstigde Nederlanders, eenig tractaat gesloten.

Toen in 1609 de eerste Nederlandsche vaartuigen Japan bereikt hadden, werd aan de kooplieden, welke zich aan boord dier schepen bevonden, een stuk ter hand gesteld, dat men des noods als het tractaat tusschen onze toenmalige Republiek en Japan zoude kunnen aanmerken. Uit dat stuk blijkt namelijk, dat er vrede tusschen beide rijken zoude bestaan, en dat de Nederlanders de grenzen van Japan zouden mogen overschrijden, twee bepalingen, welke gewoonlijk hunne plaats in tractaten vinden. Doch het bewuste stuk was slechts eene eenzijdige overeenkomst, het was niet meer dan eene pas, waarbij de keizer van Japan zijn rijk voor de Nederlanders openstelde, en voldoet alzoo in geenen deele aan de vereischten van een tractaat.

« AnteriorContinuar »